De juiste beslissing

Vraag 1 Duidelijkheid a) Definieer het probleem (zo helder en objectief mogelijk):

Context b) Beschrijf de context waarbinnen het vraagstuk valt

Vraag 2 Analyse a) Over welke feiten beschik je?

Complexiteit b) Breng terug naar max. 3 essentiele problemen

Structuur c) Zijn de juiste personen, (objectieve) info aanwezig en tijd en middelen beschikbaar om tot een goed besluit te komen

Risico's d) Welke risico's kunnen je benoemen (stel de juiste vragen!)

Vraag 3 Toekomstperspectief a) Wat is je doel cq. wat wil je bereiken?

Mogelijkheden b) Welke opties met betrekking tot de hoofdzaak en het bereiken van het doel (met de aanwezige informatie)?

Prioriteit c) Is een compromis gewenst (afhankelijk grootte prioriteit)?

Perspectief d) Kun je overleggen (en heb je) met anderen om de zaak te belichten vanuit diverse perspectieven?

Consequenties e) Welke korte en welke lange termijn gevolgen van het probleem?

Valkuilen f) Beschrijf de valkuilen waar rekening mee gehouden moet worden (cq. Te impulsief, te voorzichtig, te weinig info (b.v. wat het oplevert), te weinig tijd, geen totaalbeeld etc):

Vraag 4 Overtuiging a) wat is je intuitieve oordeel?

b) welke waarden spelen hierbij een rol (zie Values)?

c) Welke eerdere ervaringen spelen een rol en leg uit waarom je hier aan vasthoudt:

d) Wat gebruik je om tot bovenstaand oordeel te komen (waar is je beoordeling op gebaseerd)?

e) Welke emoties spelen een rol (benoem ze en hoe zwaar ze wegen t.o.v. het probleem, de feiten die je hebt en het doel dat je wilt bereiken):):

Vraag 5 Toetsing a) Heb je jouw perspectief beproefd door b.v. second opinion, even afstand nemen?

Overtuiging b) Als je naar de valkuilen die je benoemd hebt kijkt, zou je dan kunnen zeggen dat jouw overtuiging bepaald wordt door een van die valkuilen?

Openheid c) Ben je in je comfortzone gebleven of stond je open om je eigen ideeen en overtuigingen los te laten?

Vraag 6 Uitvoering a) Is jouw oplossing uitvoerbaar en in acties om te zetten?

Coherentie b) Past je besluit in het geheel? Antwoord toelichten:

Timing c) Is de timing goed voor het behalen van het doel?

Consensus d) Is er tweeslachtigheid, twijfel of overeenstemming?

Aanpak e) Is er feedback op je aanpak en draagvlak hiervoor?

Speelruimte f) Is er veerkracht bij tegenslagen?

Vraag 7 Communicatie a) Geef een heldere omschrijving van wat je gehoord en geobserveerd hebt t.a.v. het standpunt van de ander:

Helder formuleren b) Als je naar je antwoorden kijkt, is alles helder geformuleerd?

Motivatie c) Motiveer op duidelijke wijze jouw standpunt(en):

Feedback d) Wat is de feedback op jouw standpunt: